zaterdag 10 oktober 2009

Kritiek zonder kracht?



Uit een recensie in TIME van de nieuwe film van Michael Moore. Dit raakt aan de kern: de ervaring van de onmogelijkheid van echte verandering, terwijl we voelen dat het niet klopt: 'At the end Moore says: "I refuse to live in a country like... this - and i'm not leaving". But this call to arms demands more than a ringleader: it requires a ring, an engaged citizenry who are mad enough not to take it anymore. That's unlikely to happen. Moore's films are among the top-grossing documentaries in history because they are pertinent populist entertainments. The question remais: will Capitalism: a Love Story rouse the rabble to revolt? Or wil audiences sit appreciatively through the movie, then go home and play the cat-in-the-toilet video on youtube'? Goede vraag.

Er is een kloof tussen het signaleren van Onrechtvaardigheid en daadwerkelijk actie ondernemen. Die kloof kan niet zomaar gedicht worden door blind aan de slag te gaan en opnieuw de Bastille te bestormen en de vijand te guillotineren. Er is geen zuiver kwaad dat in naam van een zuiver goede geelimineerd dient te worden. Bij het doordenken van het bestaan van de kloof spelen alle categorien die van belang zijn een rol:
- de ervaren onmacht van het individu tegen een Objectiviteit (staat, kapitalisme, de onveranderlijke natuur van de mens, de domheid van het passieve volk, de ijzeren macht van de elite enz.)
- een pessimisme dat zegt dat mensen mensen zijn en er toch niets verandert,
- een gebrek aan tijd,
- een negatie van de verantwoordelijkheid vanuit de bepaling dat het collectief het Onrecht moet oplossen,
- de mystieke overtuiging dat het oplossen van het ene weer andere problemen veroorzaakt (populair bij kritiek op ontwikkelingssamenwerking).
- De weigering het gevaar te acepteren dat het ondernemen van actie een vorm van dwang inhoudt ten aanzien van anderen die hen in hun vrijheid belemmert.
- het opgeslokt worden aan een waslijst van voors en tegens die een dermate complexiteit en Verblendungszusammenhang teweeg brengt dat deze tot passiviteit dwingt.
- de angst dat actie ondernemen een vorm van gezeur is, een geklaag dat eerder voortkomt uit persoonlijke frustraties die vervolgens geprojecteerd worden op de werkelijkheid. Dit is de klassieke taktiek waarmee activisten als frusto's worden afgeschilderd die er goed aan zouden doen eerst aan zichzelf te werken (haar knippen, niet meer kraken, schone kleren, als het moet een psychiater) om zich vervolgens kritieklos te voegen in de bestaande orde.
- Dat komt morgen wel.

vrijdag 9 oktober 2009

Metaforen: Crusoe economics

Robinson Crusoe dient als fundament voor de markteconomie en het communisme. Arbeid verschijnt hier als maatstaf voor de waarde van het produkt. Geld speelt geen rol, omdat Crusoe niets aan geld heeft op een eiland. Werk leidt tot eigendom. Grondbezit wordt echter niet geproblematiseerd want van wie is dat eiland? Economische waarde concentreert zich op materiële gebruiksvoorwerpen. Luxe is geen optie bij Crusoe. De metafoor dient tevens om een grens aan de rijkdom te bepalen: Crusoe produceert alleen dat wat benodigd is om te overleven, oftewel alleen gebruikswaardes. Ruilwaardes produceren speelt geen rol, omdat er niemand is om mee te ruilen. De grens van de rijkdom wordt bepaald door de natuur. Een voorraad graan aanleggen kent een grens omdat graan bederft. Dit is het beroemde spoilage proviso van Locke. Deze naturlijke grens deed Locke denken (DE grondlegger van het Amerikaanse economische denken) dat het gevaar van oneindige hebzicht ingedamd kon worden. Maar de natuurlijke grens geldt in het kapitalisme niet, omdat geld niet bederft. Sterker nog, als je het opslaat op de bank groeit het uit zichzelf. Een mirakel.
Marx opent de Grundrisse met een kritiek op de Robinsonades van Locke, Ricardo en Smith. Dat werk tot prive-eigendom leidt op dit eiland is een onmogelijke fictie omdat arbeidsdeling de produktiemodus kenmerkt. Als er duizenden handen meewerken aan de totstandkoming van een produkt, wiens bezit is het dan? Marx wijst er tevens op dat Kapitaal bij Crusoe een afgeleide is van arbeidstijd. Marx gebruikt Crusoe overigens ook expliciet in Das Kapital om zijn arbeidswaardetheorie uit te leggen.



De metafoor van Crusoe wordt continu gebruikt door economen. Hier een voorbeeld uit de docu 'De dollar valt'. Aan de hand van Crusoe wordt uitgelegd dat alhoewel de Amerikanen geen gebruikswaarde creëren zij door het instand houden van het principe van de ruil, de motor van de economie menen te zijn. Ik vraag me af of deze econoom inziet dat dit precies die kritiek van Marx op het Kapitaal is.

Equivalentieprincipe: een meer dan eerlijke ruil


De meest bondige samenvatting van het warenfetisjisme. Een geheel imaginaire wereld wordt tot eigenschap van de waar. De vereenzelviging van levenloze objecten met de belofte van een voller, sensueler, beter, mooier, meer succesvol leven is enerzijds fraai. Anderzijds doet het ons steeds een gebrek voelen. Zonder dit object stinken we en kunnen we het wel vergeten. De paniek van het zweet. Liefs gaan we bewegingsloos door het leven, want als we op het werk arriveren na een fietstocht, moeten we de herinnering aan de reis wegspuiten. Zoals een Indische kunstenaar gisteren meldde: ik ervaar een permanente afwezigheid in de stad. Als ik zeep koop, denk ik aan de belofte van eeuwige jeugg, een niet geplooide huid die elke dag om de verkwikkende zeep vraagt. Maar mijn jeugd is niet meer.

vrijdag 2 oktober 2009

Verdinglichung: hoe rechtvaardigheid een rekensom werd

De Verdinglichung van het bewustzijn houdt zoveel in dat de (vermeende) objectieve economische wetten als ware het objectieve natuurwetten, tot een manier van denken worden. Een moreel vraagstuk over de pensioenleeftijd kan zo als een zuiver technisch rekenkundig probleem gezien worden. Hierin toont zich de heerschappij van de economie als maatstaf voor alle dingen. Je kunt het gewoon uitrekenen. Zie hier een prachtig voorbeeld van deze manier va denken als Yvonne Jaspers tegen Rottenberg opmerkt dat er toch eigenlijk helemaal niet gediscussieerd hoeft te worden, omdat het toch gewoon berekend is dat de pensioenleeftijd omhoog moet. Zie ook hoe Verdinglichung daarmee ook het vrije denken onmogelijk maakt: we dienen ons te schikken naar het noodlot in de vorm van economische noodzakelijkheid. Ja, ik weet het: zware woorden: maar at is wel de consequentie van de opmerking van vrouwtje Jaspers.

Van sportfilosofietje tot ontologie: de praatjes van Mart Smeets

In een samenleving die geobsedeerd is met sport, worden de vermeende wetten van de sport getransformeerd tot een algemene ontologie. Voetbaltrainers geven derhalve trainingen aan bedrijven en voetbalwijsheden van Cruijf worden door een ex-minister omgetoverd tot gereedschap voor het bestieren van een samenleving. De meedogenloze wil om bijvoorbeeld een tenniswedstrijd te winnen dient als voorbeeld voor het juiste karakter dat succes in het maatschappelijk leven afdwingt. Sport als de maat van alle dingen. Mart Smeets prijst de rechtlijninge, compromisloze, berekende, kille en harde wijze van trainen van Arie Selinger aan als de weg naar succes. WIJ kennen dat niet: Nederlanders zijn grijs en daarmee 'slappe lullen'.



Aan de hand van een specifiek voorbeeld van topsportbedrijven meent Smeets in een keer de hele Nederlandse mentaliteit als slappe hap af te doen. Van sportfilosofietje naar ontologie. Zo gemakkelijk gaat dat. Of niet? Ik ben in een keer fan geworden van Yvonne Jaspers - de blondine van het potsierlijk pastorale Boer zoekt Vrouw. Ze lachte Smeets met zijn machopraatjes midden in zijn gezicht uit! 'Vind je dat stoer of zo?', vroeg ze lieflijk toen Smeets maar bleef doordrammen over consequent zijn. Nee, niet stoer, je begrijpt het niet Yvonne, alleen door consequent in zwart-wit te denken kun je succes hebben. Het meest onder de indruk was Smeets van het feit dat Avital NOOIT aan zijn vader heeft gevraagd waarom Peter Blange en niet hij speelde. Maar wat is daar goed aan? Een speler moet altijd aan zijn coach vragen hoe hij beter kan worden en zodoende is tweede keus zijn betekenisvol: de coach kan aan de hand hiervan uitleggen wat er verbeterd kan worden. Niets vragen aan de coach is zodoende stupide. Het waarom van het niet vragen ligt eerder in een 'heilig' ontzag voor de coach. Avital beschouwt de coach als alwetend en onfeilbaar, ja, heilig. Zonder meteen hun Joodse achtergrond als verklaringsgrond naar voren te schuiven - wat Smeets wel doet: hij noemt meteen Bergen Belsen en suggereert om onbegrijpelijke redenen een zinvol tragisch verband tussen het overleven van Bergen Belsen terwijl je niet in staat bent om goud te winnen - de relatie vader en zoon Selinger lijkt op Abrahams relatie tot God en zijn zoon Isaak. Als God vraagt zijn zoon te offeren stemt Abraham ZONDER VRAAG NAAR HET WAAROM in met dit gebod. Zie het heilig ontzag van Avital ten aanzien van de heilige coach. Isaak wordt vervolgens onder valse voorwendselen meegenomen naar de plek om te offeren. Ook hier is een parallel. De coach met heilig gezag, blijkt, zo vertelt hij later aan zijn zoon, hem ook op de bank te hebben gehouden om praatjes te voorkomen als zou hij zijn zoon voortrekken. Met andere woorden: hij offerde zijn zoon ten bate van zijn eigen reputatie. Niet alleen de kwalitiet van Blange was blijkbaar een overweging. De parallel gaat nog verder: als Blange geblesseerd raakt moet Arie wel spelen en dit is volgens vader Selinger niet zijn keus maar een gift van God, gelijk God die erin voorzag dat er uiteindelijk een lam geofferd werd en niet Isaak. Al deze meedogenloze offers ten spijt wint Selinger echter niet. Onder leiding van een Nederlander (Albeda) en met Nederlandse jongens die, dixit Smeets de hardheid missen die nodig is de top te bereiken - wordt wel olympisch goud gewonnen. De suggestie dat dit eigenlijk het werk is van Selinger is een wanhopige poging de 'waarheid' van het zwart-wit denken van Selinger dat WIJ zo missen, te redden. Stoer hoor. Of eerder onbeschoft richting Albeda alsof hij alleen maar op de volleybalmachine hoefde te passen die de heilige Selinger gebouwd had. Consequent zwart-wit denken: beter van niet.

Noot: deze thematiek van de samenhang tussen sport en leven (ontologie en antropologie) is overigens geen aperte onzin. De antieke Grieken hechten terecht enorm veel belang aan sport in de visie op het voortreffelijke. Een voortreffelijk mens is automatisch ook een atleet. In een klein boekje met de titel Majesteit voetbal (dat ik maar niet afkrijg, misschien moet ik aar Selinger luisteren niet zon 'slappe lul' zijn) analyseer ik de opkomst van voetbal als belangrijk maatschappelijk verschijnsel rond 1900.