vrijdag 2 oktober 2009

Van sportfilosofietje tot ontologie: de praatjes van Mart Smeets

In een samenleving die geobsedeerd is met sport, worden de vermeende wetten van de sport getransformeerd tot een algemene ontologie. Voetbaltrainers geven derhalve trainingen aan bedrijven en voetbalwijsheden van Cruijf worden door een ex-minister omgetoverd tot gereedschap voor het bestieren van een samenleving. De meedogenloze wil om bijvoorbeeld een tenniswedstrijd te winnen dient als voorbeeld voor het juiste karakter dat succes in het maatschappelijk leven afdwingt. Sport als de maat van alle dingen. Mart Smeets prijst de rechtlijninge, compromisloze, berekende, kille en harde wijze van trainen van Arie Selinger aan als de weg naar succes. WIJ kennen dat niet: Nederlanders zijn grijs en daarmee 'slappe lullen'.



Aan de hand van een specifiek voorbeeld van topsportbedrijven meent Smeets in een keer de hele Nederlandse mentaliteit als slappe hap af te doen. Van sportfilosofietje naar ontologie. Zo gemakkelijk gaat dat. Of niet? Ik ben in een keer fan geworden van Yvonne Jaspers - de blondine van het potsierlijk pastorale Boer zoekt Vrouw. Ze lachte Smeets met zijn machopraatjes midden in zijn gezicht uit! 'Vind je dat stoer of zo?', vroeg ze lieflijk toen Smeets maar bleef doordrammen over consequent zijn. Nee, niet stoer, je begrijpt het niet Yvonne, alleen door consequent in zwart-wit te denken kun je succes hebben. Het meest onder de indruk was Smeets van het feit dat Avital NOOIT aan zijn vader heeft gevraagd waarom Peter Blange en niet hij speelde. Maar wat is daar goed aan? Een speler moet altijd aan zijn coach vragen hoe hij beter kan worden en zodoende is tweede keus zijn betekenisvol: de coach kan aan de hand hiervan uitleggen wat er verbeterd kan worden. Niets vragen aan de coach is zodoende stupide. Het waarom van het niet vragen ligt eerder in een 'heilig' ontzag voor de coach. Avital beschouwt de coach als alwetend en onfeilbaar, ja, heilig. Zonder meteen hun Joodse achtergrond als verklaringsgrond naar voren te schuiven - wat Smeets wel doet: hij noemt meteen Bergen Belsen en suggereert om onbegrijpelijke redenen een zinvol tragisch verband tussen het overleven van Bergen Belsen terwijl je niet in staat bent om goud te winnen - de relatie vader en zoon Selinger lijkt op Abrahams relatie tot God en zijn zoon Isaak. Als God vraagt zijn zoon te offeren stemt Abraham ZONDER VRAAG NAAR HET WAAROM in met dit gebod. Zie het heilig ontzag van Avital ten aanzien van de heilige coach. Isaak wordt vervolgens onder valse voorwendselen meegenomen naar de plek om te offeren. Ook hier is een parallel. De coach met heilig gezag, blijkt, zo vertelt hij later aan zijn zoon, hem ook op de bank te hebben gehouden om praatjes te voorkomen als zou hij zijn zoon voortrekken. Met andere woorden: hij offerde zijn zoon ten bate van zijn eigen reputatie. Niet alleen de kwalitiet van Blange was blijkbaar een overweging. De parallel gaat nog verder: als Blange geblesseerd raakt moet Arie wel spelen en dit is volgens vader Selinger niet zijn keus maar een gift van God, gelijk God die erin voorzag dat er uiteindelijk een lam geofferd werd en niet Isaak. Al deze meedogenloze offers ten spijt wint Selinger echter niet. Onder leiding van een Nederlander (Albeda) en met Nederlandse jongens die, dixit Smeets de hardheid missen die nodig is de top te bereiken - wordt wel olympisch goud gewonnen. De suggestie dat dit eigenlijk het werk is van Selinger is een wanhopige poging de 'waarheid' van het zwart-wit denken van Selinger dat WIJ zo missen, te redden. Stoer hoor. Of eerder onbeschoft richting Albeda alsof hij alleen maar op de volleybalmachine hoefde te passen die de heilige Selinger gebouwd had. Consequent zwart-wit denken: beter van niet.

Noot: deze thematiek van de samenhang tussen sport en leven (ontologie en antropologie) is overigens geen aperte onzin. De antieke Grieken hechten terecht enorm veel belang aan sport in de visie op het voortreffelijke. Een voortreffelijk mens is automatisch ook een atleet. In een klein boekje met de titel Majesteit voetbal (dat ik maar niet afkrijg, misschien moet ik aar Selinger luisteren niet zon 'slappe lul' zijn) analyseer ik de opkomst van voetbal als belangrijk maatschappelijk verschijnsel rond 1900.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten