
Aan het woord is Llyod Blankfein van Goldman Sachs, al jaren de best verdienende bankier op Wall Street. Merk de vreemde eerlijkheid op die blijkbaar niet resulteert in zelfhaat. Hij erkent het pure egoïsme over de rug van de Ander en geeft aan dat het werk van de bankier geenszins 'produktieve arbeid' (een lastige categorie, zie elders) is, omdat er geen enkel 'economisch of sociaal nut' wordt gediend. Het enige doel is de zelfvergroting van het Kapitaal. Merk op dat Marx' analyse van het Kapitaal volledig onderschreven wordt, met dat verschil dat de irreëele, van de sociale, economische werkelijkheid losgezongen 'werkelijkheid' van het kapitaal bij Blankfein niet leidt tot een afwijzing. Integendeel: hij pakt aan het eind van het jaar de 100 miljoen en schenkt vast een leuk bedrag aan de lokale kankerbestrijding en de bouw v an een nieuwe speeltuin in een achterbuurt en zo wordt Blankfein uiteindelijk toch ook nog een weldoener.
De winstverwachting bij Goldman Sachs wordt verklaard uit de staatssteun. De bank profiteert van allerlei zekerheden die door belastinggeld worden geboden. Publiek geld wordt zo ingezet voor private winst. Het argument dat deze private winst uiteindelijk weer terugkeert in de schatkist is, zover ik kan overzien, nog nergens hard gemaakt.
De eenvoudige mogelijkheid van deze samenwerking tussen politiek en bank is sowieso al opmerkelijk, maar uiteindelijk een simpele bevestiging van de essentie van het kapitalisme: het kapitalisme is altijd al onlosmakelijk verbonden geweest met een specifieke politiek-juridische struktuur die het kapitalisme mogelijk maakt. De klassieke afbakening van Smith en Ricardo waarin het kapitalisme juist een zuiver domein bespeelt dat zich expliciet losmaakt van het politieke is een complete fictie. In deze klassieke schertsvertoning ontwikkelt het kapitalisme zich ondanks de politieke inmenging en wordt elke politieke inmenging als een aantasting van het zuivere mechaniek van de markt, voorgesteld (zie de analyse van Smith en Ricardo elders). In het hier en nu zien we de staatssteun voor het kapitalisme in heldere kleuren. Dit wordt voorgesteld als een uitzonderingssituatie, maar is gewoon business as usual. Dat blijkt vooral aan het totale gebrek aan restricties die aan de staatshulp gesteld werden. Het systeem is op geen enkele wijze veranderd. Er is alleen wat vaag gebabbel over normbesef bij de bankiers zelf. Zie de 'analyse van de hoogleraar Henriette Prast. Dat zo'n denker in de Wetenschappelijke Raad van het Regeringsbeleid zit, doet vrezen dat de status quo van loos gebabbel nimmer zal veranderen.

Wel normbesef? Een ethische, morele norm? Maar de enige norm die bestaat in de filosofie van de Vrije Markt is het Eigenbelang. Dat is precies het revolutionaire geweest van Adam Smiths bijdrage een de Moraalfilosofie: namelijk dat de moraal opgeheven werd. Het antagonisme tussen individueel belang en algemeen belang werd aufgehoben door te stellen dat het nastreven van je eigenbelang het algemene belang maximaal dient (althans, dat is de gebruikelijke lezing van Smith. Wie daadwerkelijk zijn werk leest weet beter). Bankieren met het oog op het algemene belang betekent simpelweg het nastreven van eigen belang. Er is binnen de filosofie van de vrije markt GEEN ANDERE NORM voorhanden. Bij Ricardo en Smith zien we dat de Vrije Markt zelf een bepaalde norm afdwingt, namelijk wie de zaak besodemietert zal als oneerlijke zakenpartner klandizie verliezen. Zo wordt normbesef louter een functie van eigenbelang. Belangrijker, normbesef binnen de Vrije Markt wordt voorgesteld als een zichzelf corrigerend systeem dat geen politieke wetgeving behoeft. Dit zou een ongewenst binnendringen zijn in de zuivere sfeer van het marktmechaniek dat vanuit zichzelf naar een evenwicht tendeert. Het ontbreken van elke algemene norm wordt overigens ook ruiterlijk toegegeven door bankiers. Opmerkelijk is dat bijvoorbeeld Blankfein het piece des resistance van Smith Vrije Markt filosofie ook nog verwerpt: het dient geen enkel sociaal of economisch nut, alleen het eigenbelang. Dat is een belangrijke toevoeging die het hele mechaniek van de vrije markt ongeschikt verklaart als oplossing voor de aloude spanning tussen individueel en algemeen belang. Precies dat antagonisme moet de kern van de hedendaagse bezinning vormen op de houdbaarheid van kapitalisme (alsook de verzorgingsstaat). Eenvoudige oplossingen bestaan hier niet, als er al een oplossing bestaat. Nadenken over een oplossing vereist:
1) De mogelijkheid van een keuze. Dus het 'geen keuze' geklets van Prast en de zogenaamd onverbiddelijke Logica van het Kapitaal moeten afgewezen worden. De kredietcrisis en de keuze voor grootste staatssteun mag niet als een onvermijdelijke noodzaak gepresenteerd worden. Opmerkelijk is dat dit wel veel gebeurd (zie de slagaderlijke bloeding waar Halsema het over had). Wat domineert zijn argumenten die spreken van een noodzaak. De Zelfbeweging van het Kapitaal is een gesloten systeem dat geen keuzes laat. WE MOETEN WEL. De een noemt dit de 'Logica van het Kapitaal'.

De andere, opnieuw Henriette Prast, presenteert de noodzaak van handelen als een algemeen, maatschappelijke noodzaak: het contextloze gekloot van bankiers dat 'geen enkel sociaal of economisch nut dient' (Blankfein) maakt wel dat iedereen zijn geld kwijt had kunnen raken. Dit mysterieuze mechaniek van het Kapitaal dat enerzijds als speelgeld ingezet kan worden door bankiers zonder dat het iets van economisch of sociaal nut heeft, heeft tegelijkertijd zoveel nut dat iedereen zijn geld kwijt had kunnen raken.(dixit Henriette Prast). Wonderlijk.

Hoe werkt deze mysterieuze kringloop: we geven ons eigen geld (het publieke geld in de vorm van belastingen) aan banken, opdat we zelf ons eigen geld (dat wat we op de bank hadden) niet kwijt raken. Zoiets?
Een tweede vereiste om een zinvolle discussue te voeren betreft:
2) Een bezinning op de begrippen waarde en nut. Wat bedoelen we met economisch nut, sociaal nut en prive-nut, de termen die bankier Blankfein zo makkelijk in de mond neemt? De discussie over waarde die van oudsher binnen het domein van de moraal lag, is echter moeizaam te voeren voor ons die gewend zijn dat waarde is gereduceerd tot economische ruilwaarde. Waarde wordt bepaald door het mechaniek van de markt dat een zuiver domein pretendeert te zijn dat losstaat van de politieke sfeer (merk op dat de politiek altijd 'ingrijpt' alsof ze van buitenaf handelt, ongeveer zoals een klokkenmaker ingrijpt in het mechaniek van de klok dat louter om wat afstelling vraagt om vanuit zichzelf te werken).
Geen opmerkingen:
Een reactie posten